Wanneer het misgaat
Als vervolg op het artikel 'Metabolisme ontrafeld' kijken we in dit artikel hoe het metabolisme kan ontsporen en gezondheidsschade kan veroorzaken. Het meest bekende voorbeeld van metabole ontregeling is de ziekte diabetes mellitus. Bij zowel type 1 als type 2 diabetes zijn de bloedglucosewaarden verhoogd (zelfs in nuchtere toestand), hetgeen schadelijk is voor het lichaam - maar de oorzaken verschillen. Bij type 1 diabetes produceert de alvleesklier (bijna) geen insuline. Type 2 diabetes begint anders: de insulineproductie is intact, sterker nog - er wordt doorgaans teveel insuline geproduceerd -, maar de gevoeligheid van cellen voor het signaal van insuline is verlaagd. Dit betekent dat er meer insuline nodig is om de bloedglucosewaarden te verlagen.
Iemand met een goede metabole gezondheid eet precies genoeg om de glycogeen- en triglyceriden voorraden aan te vullen, en heeft tussen eetmomenten door periodes van vasten waarin deze voorraden kunnen worden aangesproken.
Velen van ons eten echter te veel, te calorierijk en te vaak. Vooral wanneer maaltijden rijk zijn aan koolhydraten, worden de grenzen van onze glycogeen opslagcapaciteit uiteindelijk overschreden. Het wordt steeds moeilijker om het overtollige bloedglucose de cellen in te krijgen. Cellen worden minder gevoelig voor insuline, maar met abnormaal hoge insulinespiegels kan glucose nog steeds de al overvolle cellen in worden geduwd en blijft het bloedglucose dus stabiel. Tegelijkertijd wordt steeds meer glucose omgezet in triglyceriden (de novo lipogenese), die vervolgens worden opgeslagen op plekken waar vet normaal niet thuishoort: in onze organen (visceraal vet, bijvoorbeeld in de lever) en in vetweefsel tussen de organen (peri-visceraal vet).
Hierdoor ontstaan twee grote problemen die het lichaam richting ziekte kunnen sturen. Het eerste probleem is de langdurige blootstelling aan hoge insulinespiegels (hyperinsulinemie), die optreedt wanneer de insulinegevoeligheid vermindert en insulineresistentie ontstaat. Het tweede probleem is dat vet dat in en tussen organen wordt opgeslagen en een bron van systemische ontsteking (inflammatie) vormt. Samen zijn deze problemen belangrijke drijvende krachten achter de ontwikkeling van chronische ziekten zoals diabetes mellitus type 2, hart- en vaat-ziekten, nierziekten, kanker en neurodegeneratieve aandoeningen.
Verschillende stadia van hetzelfde probleem
Slechte metabole gezondheid ontwikkelt zich grofweg in de volgende volgorde:
- Hyperinsulinemie
- Verminderde insuline gevoeligheid - insulineresistensie
- Orgaanvervetting
- Type 2 Diabetes Mellitus
Stadia 1–3 zijn asymptomatisch en blijven helaas bij de meeste mensen onopgemerkt. Omdat de nuchtere glucosewaarden nog normaal zijn, en mensen zelden een continue glucosemonitor dragen of een glucosetolerantietest ondergaan, wordt deze metabole ontregeling ook niet door artsen opgemerkt.
Als je obees bent, val je waarschijnlijk ergens binnen dit spectrum. Al kan circa 20-30% van de obese populatie relatief metabool gezond zijn. Onze genen zijn hierin waarschijnlijk bepalend. Een deel van de populatie (zeker van Europese afkomst) heeft een groot vermogen om onderhuids (subcutaan) vet te stapelen bij een energie-overschot. In tegenstelling tot (peri)visceraal vet is subcutaan vet metabool inert en is het minder pro-inflammatoir.
Aan de andere kant van het spectrum heeft ook een belangrijk deel van niet-obese individuen toch insulineresistentie en/of orgaanvervetting. Bij een genetisch bepaald kleiner vermogen om overtollige energie op te slaan als subcutaan vet, wordt het eerder opgeslagen als (peri)visceraal vet, hetgeen dus gepaard gaat met een sterkere mate van metabole ontregeling en systemische inflammatie.
Orgaanvervetting treedt bij metabole ontregeling het eerst op in spierweefsel (myosteatosis) en de lever (MASLD). Naast de sterke associatie met de eerder genoemde chronische ziekten vormt MASLD ook een ernstige bedreiging voor de levergezondheid. Wanneer MASLD voortschrijdt naar MASH (steatohepatitis - fulminante leverontsteking), kan dit ontaarden in levercirrose (met leverfalen en noodzaak tot transplantatie) of primaire leverkanker (een hepatocellulair carcinoom).
Het kan meerdere jaren duren in stadium 1–3 voordat het nuchter glucose uit de pas loopt en type 2 diabetes wordt vastgesteld. Tegen die tijd is er al veel schade aangericht, wat op zijn beurt de ontwikkeling van andere ziekten bevordert. Gelukkig is deze schade doorgaans reversibel, en zelfs type 2 diabetes kan worden genezen - als je de regie neemt over je metabole gezondheid.

