Aan het einde van mijn middelbare school wist ik het zeker: ik zou geneeskunde gaan studeren. Uiteraard wou ik investeren in een toekomst waarin ik andere mensen kon helpen, maar als ik eerlijk ben was er voor mij een nog grotere drijfveer. Ik wou het menselijk lichaam, gezondheid en ziekte leren begrijpen. Daar had ik namelijk inmiddels een fascinatie voor ontwikkeld. We staan er niet vaak bij stil, maar de eindeloze complexiteit en het zelf-onderhoudende dynamische karakter maken van het menselijk lichaam iets onvoorstelbaars. Magisch als je het mij vraagt. Ik wist dat ik mij hier de rest van mijn carrière in kon verliezen.
In 2016 was het dan zover.
Als 17-jarige, enthousiaste, leergierige kerel had ik een opleidingsplek in Utrecht bemachtigd. Wat ik nog niet helemaal kon voorspellen is dat de daarop volgende 6 jaar de tijd van mijn leven werden. Iedereen zegt het tegen je, geniet van de vrijheid, later wordt alles anders. Ookal roept dit soort advies altijd wat weerstand op bij de jonge generatie, heb ik er denk ik ook écht van genoten. Ik kon mijn inner-nerd volop blootstellen aan nieuwe informatie en geen enkele vraag was teveel. Talloze 'aha-erlebnissen' werden gegoten in een nieuw begrip van het menselijk lichaam. Het fundament waar ik na mijn studie op kon doorbouwen. Naast al het studeren heb ik ook stevig van het leven genoten. Overdag leren, daarna sporten (ik werd ook personal trainer in de sportschool van een dispuutsgenoot) en 's avonds lachen met mijn vrienden in de kroeg.
Lange tijd leek ik vastberaden over welk medisch specialisme ik zou kiezen. Het aangezicht vond ik méga interessant en ik hou ook wel van een beetje handvaardig bezig zijn. De combinatie met een bepaald gevoel voor esthetiek hadden ertoe geleid dat ik mijzelf ervan overtuigd had dat ik aangezichtschirurg wou worden. Het leek mij gaaf om mensen met reconstructieve chirurgie te helpen om na een aangeboren afwijking, traumatisch letsel of kanker hun persoonlijke uitstraling weer terug te krijgen. Terug naar de essentie van wie de patiënt is.
Toch bleek dit uiteindelijk niet mijn pad. Waarschijnlijk was ik toch iets te sterk beïnvloed door positieve associaties met het tandartsen en orthodontie vak van mijn vader.
Ik had iets nodig waarin ik mijn analytische brein nog wat harder aan het werk moest zetten. Intellectuele uitdaging. Puur bij toeval woonde ik tijdens een coschap chirurgie een procedure van een interventieradioloog bij, die onder röntgendoorlichting op minimaal-invasieve wijze met een kathetertje via de liesslagader een geoccludeerd bloedvat naar de darm weer openmaakte in een patiënt met darm-ischemie. Totaal onbekend terrein voor mij, maar de plaatjes van de zogenaamde digitale subtractie angiografie en het strategisch nadenken en handelen van de radioloog ontstaken een vonkje in mij.
Boven mijn bed in mijn studentenkamer hing een ingelijste spreuk: "Ex minima scintilla, nascitur ignis". De vertaling ervan is "Uit een kleine vonk ontspringt een groot vuur". En zo geschiedde het.
Ik koos de radiologie als nieuwe richting, maar kreeg eerst onder leiding van Prof. Dr. Maurice van den Bosch en Prof. Dr. Marnix Lam de kans om mij te ontwikkelen tot wetenschapper gedurende een 4-jaar durend PhD traject bij de interventie oncologie in het UMC Utrecht. Ook hierop kijk ik terug als een waanzinnig mooie, leerzame en intensieve periode. Ik werd zo goed als compleet vrij gelaten om mijn eigen richting te bepalen in het onderzoek naar radioembolisatie. Een nieuwe, minimaal-invasieve behandeling van leverkanker met radioactieve microsferen, toegediend in de leverslagader. Een vorm van beeld-gestuurd 'opereren zonder snijden'. Om het onderzoek meteen goed te kunnen opzetten heb ik gelijktijdig een tweede master in de klinische epidemiologie gevolgd en volbracht. Gedurende dit traject van 4 jaar heb ik mijn wetenschappelijke bijdragen mogen leveren om van een jonge, experimentele therapie een meer volwassen, goed doordachte, gevalideerde en breed-toegepaste behandeling te maken. Ik mocht gedurende die jaren meedraaien in de wereld-top van een kleine wetenschappelijke niche en heb vele internationale congressen afgereisd om lezingen te verzorgen.
Daarnaast heb ik ook een maand interdisciplinair kunnen werken aan op katheters toegepaste vloeistof-mechanica aan de afdeling werktuigbouwkunde en ruimtevaarttechniek van de North Carolina State University in Raleigh (Verenigde Staten). En als kers op de taart heb ik het laatste halfjaar van mijn onderzoek afgerond aan de afdeling interventie radiologie van het Stanford Medical Center, in Paolo Alto, California. Dat was geestverruimend. Ik heb daar mogen samenwerken met de knapste koppen van de VS en de innovatie kracht was indrukwekkend en toch kwam ik er ook achter dat wij in Nederland beter zijn in het opzetten en uitvoeren van gedegen klinische validatie studies.
Na het behalen van mijn tweede mastergraad en mijn doctor titel, begon ik in 2016 aan mijn opleiding radiologie en nucleaire geneeskunde aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en later ook het St. Antonius Ziekenhuis. Het échte werk. Het was even slikken en wennen om mijn 'expert'-status in het wetenschappelijk onderzoek te laten varen en als jongste bediende aan de nieuwe reis te beginnen. Toch hielp de ervaring die ik stiekem al een beetje had opgedaan in de buikradiologie, interventies en nucleaire geneeskunde me om mijn leercurve te bespoedigen.
Maar weinig niet-medisch specialisten weten wat een radioloog nou echt doet. De meeste mensen doen ons - ongehinderd door enige vorm van kennis - af als simpele plaatjeskijkers die binnenkort vervangen worden door AI. Sommige mensen denken dat wij laboranten zijn, diegenen die de scanners bedienen. Maar eigenlijk is de radioloog een centrale spil in het web van het ziekenhuis. Dé medisch specialist die alles weet over medische beeldvorming (röntgenfoto's, echografie, CT en MRI), anatomie en hoe de ziekten van alle verschillende medische specialismen het lichaam aantasten, te herkennen en van elkaar te onderscheiden zijn op beeldvorming. We opereren letterlijk en figuurlijk de meeste tijd achter de schermen. Bijna alle andere soorten artsen zoals huisartsen, neurologen, cardiologen, internisten, chirurgen, orthopeden, gynaecologen, urologen, kinderartsen, reumatologen, SEH artsen, intensivisten en medisch oncologen vragen ons eigenlijk in consult. Ze vragen ons om te helpen tot een sluitende diagnose te komen of inzicht te verkrijgen over de prognose of therapie respons van een patiënt, en beeldvorming hiervoor in te zetten. Maar om dat goed te kunnen doen moeten we ook begrijpen hoe deze andere medische specialisten denken, wat hun overwegingen zijn, wat de klachten van patiënten zijn en wat de betekenis is van de medische voorgeschiedenis, actuele bloedwaarden, medicatie gebruik, pathologie en microbiologie uitslagen van een patiënt. Dat totale plaatje vormt samen met de beeldvorming de basis voor onze verslaglegging en beleidsadviezen.
En vergis je niet, beeldvorming is belangrijk geworden, bij een groot deel van de gezondheidsproblemen van patiënten. Zowel in de acute setting (denk bijvoorbeeld aan ongelukken, botbreuken, infecties, interne bloeding, infarcten, acute buiken en postoperatieve complicaties) als in de electieve setting en bij chronische ziekten (zoals bijvoorbeeld aangeboren afwijkingen, hart en vaatziekten, kanker, dementie, auto-immuun ziekten en degeneratieve skeletziekten). Het was dan ook 5 jaar keihard werken. 1000en nieuwe eerste-keren iets nieuws doen waarbij je de verantwoordelijkheid voor iemands anders gezondheid en soms ook leven draagt. Wetende dat als je een fout maakt, dit bij beeldvorming voor altijd terug te herleiden is. Na het werk in de avonduren en weekenden blokken om beter uit de verf te komen als je weer eens aan de tand gevoeld wordt en hoge cijfers te halen bij formele tentamens. Al die weekend-, avond- en nachtdiensten aan het werk terwijl iedereen in je omgeving dingen aan het doen zijn of wel kunnen slapen.
Maar het was het echt dubbel en dwars waard. Want het is ongelooflijk hoeveel ik gedurende deze periode geleerd heb. De geneeskunde studie lijkt in vergelijking wel kinderspel. En je hebt het inmiddels wellicht door: ik ben een nieuwsgierig persoon voor wie nieuwe dingen leren brandstof is.
